Henny Huisman, Jetty Mathurin en Cees Grimbergen vieren 75 jaar televisie:
‘Ik wilde me laten zien en horen’
In de rubriek Han Lips schrijven verschillende redacteuren van Het Parool elke dag over wat hun opvalt op tv. Vandaag: 75 jaar tv.
Cornald Maas sprak onder anderen met Henny Huisman.Bron AvroTros
Echte helden kun je herkennen aan de bagatellisering van hun eigen moed. Neem Jeanne Roos, die in de oorlog formulieren vervalste en als koerier springstof, revolvers en handgranaten rondbracht. In 1981 zei ze erover in de Volkskrant: “…het lijkt op heldendaadjes wat ik gedaan heb. Maar ik moet gewoon m’n bek houden: wat heb ik nou meegemaakt?”
Kijk, precies wat een held zou zeggen. Waarom praten over Roos, waarom nu, waarom hier? Ten eerste: na de oorlog was Roos (1916-2001) 36 jaar in dienst bij Het Parool en werd ze een van de sleutelfiguren in de geschiedenis van de krant. Opdat we niet vergeten. Twee: met haar woorden begon het allemaal, de Nederlandse televisiegeschiedenis. “Vanavond is een hele bijzondere avond,” sprak zij als televisieomroepster op 2 oktober 1951 bij de eerste landelijke televisie-uitzending. Dat was zaterdag precies 75 jaar geleden, voor AvroTros reden om een feestelijk monumentje op te tuigen.
Goed bedacht: drie 75-jarige tv-coryfeeën over wat televisie voor hen betekent heeft, bevraagd door Cornald Maas. De eerste is Henny Huisman, die vertelt over de vreselijke avonden waarop Joop van den Ende bij hem thuis uitzendingen terugkeek, nogal streng van commentaar voorzien. Huisman werd gekneed, zegt hij nu dankbaar, maar de vraag is of het in deze tijd acceptabel zou zijn dat de baas bij een presentator thuis op de bank dingen zou zeggen als: “Te fors, zo van de zijkant ben je echt te fors.”
Toch zijn de herinneringen van Huisman vooral romantisch, zoals ook Jetty Mathurin goedgehumeurd terugkijkt. Toen het haar was opgevallen dat er niemand op tv kwam die op haar leek werd het haar missie om als zwarte vrouw zichtbaar te worden: “Ik wilde me laten zien en horen.” Gelukt.
De laatste: Cees Grimbergen, die decennialang opereerde volgens de journalistieke wetten van de televisie. Eerst bij Snuiters. Toen een jongerenprogramma, nu een tijdsbeeld. En uiteindelijk bij Rondom 10 natuurlijk, waar de gewogen dialoog over stekelige onderwerpen nog gevoerd werd, iets wat hij mist in het meningencircus waarin we ons tegenwoordig bevinden.
Nog zoiets waar we te weinig meer van hebben: relativering. Grimbergen had op de redactie een wand gereserveerd met negatieve recensies, brieven en kaarten, het nederigheidswandje, als herinnering aan de televisiewet dat je het nooit iedereen naar z’n zin kan maken. Mooi verhaal, bijzondere avond.


